De gemeente als spil in de landbouw- en voedseltransitie
Met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht groeit de aandacht voor de rol van gemeenten in de verduurzaming van voedsel en landbouw. In een nieuw rapport van de kwartiermakers van de bio-regio’s wordt een duidelijke oproep gedaan aan gemeenten om actief beleid te ontwikkelen rond biologisch grondgebruik, lokale voedselproductie en biodiversiteit. Juist op lokaal niveau kunnen gemeenten een belangrijke motor zijn voor de transitie naar een duurzamer voedselsysteem.
Foto: Pim Helmich Films
Een belangrijk onderdeel van de aanbevelingen is het vaststellen van een groeistrategie voor biologische landbouw. Gemeenten zouden daarbij concrete doelen kunnen formuleren, zoals 15 procent biologisch beheerd areaal in 2030 en 50 procent in 2050. Door duurzaam grondbeleid en langjarige pachtcontracten kunnen boeren bovendien de zekerheid krijgen om te investeren in een toekomstbestendig bedrijf.
Ook wordt gemeenten gevraagd het goede voorbeeld te geven binnen de eigen organisatie. Zo zouden gemeentelijke kantines binnen drie jaar minimaal 25 procent duurzaam en 25 procent lokaal voedsel kunnen serveren. Daarnaast kunnen gemeenten bij de inkoop van plantmateriaal, zoals bomen, struiken en bloembollen, kiezen voor biologische producten om de biodiversiteit te vergroten en de bodemgezondheid te versterken.
Het rapport benadrukt daarnaast het belang van een gezonde leefomgeving. Gemeenten kunnen biodiversiteit verankeren in omgevingsplannen en ruimte maken voor initiatieven zoals pluktuinen, biologische tuinderijen en buurtmoestuinen. Ook ecologisch beheer van bermen en sloten kan bijdragen aan een rijkere (of meer) natuur in en rond de stad.
Naast beleid voor grond en natuur pleit het rapport voor meer ondersteuning van lokale initiatieven. Veel kleinschalige projecten van boeren en inwoners lopen volgens de opstellers vast in bureaucratische regels. Door deze drempels weg te nemen en initiatieven te ondersteunen met educatie en samenwerking, kunnen gemeenten innovatie stimuleren en betrokkenheid vergroten.
Educatie speelt daarbij een belangrijke rol. Denk aan schoolmoestuinen, excursies naar boerenbedrijven en voorlichting over lokale en biologische voedselproductie. Zo raken kinderen en jongeren al vroeg betrokken bij de herkomst van hun voedsel.
Om deze aanpak succesvol te maken, is volgens het rapport duidelijke bestuurlijke verantwoordelijkheid nodig. De portefeuille duurzaamheid zou daarom nadrukkelijk gekoppeld moeten worden aan grond- en voedselbeleid. Daarmee ontstaat meer samenhang tussen verschillende beleidsvelden.
De aanbevelingen worden samengebracht in het concept van een zogenoemde bio-regio: een integrale aanpak waarin grond, voedselproductie, biodiversiteit, bestuur en inwoners met elkaar worden verbonden. Zo kan een regionaal voedselsysteem ontstaan dat zowel duurzaam als toekomstbestendig is.