Wat is
Door biologische producten te kopen, maak je een klimaatvriendelijke keuze, voor méér biodiversiteit, een gezondere bodem en meer dierwelzijn. Wat maakt dat biologisch een gezonde keus is? Alle info over biologisch vind je hier!
Veelgestelde vragen
De kernwaarden voor de biologische landbouw zijn internationaal vastgelegd. Deze kernwaarden zijn leidend voor de regelgeving en voor de richting waarin biologisch zich ontwikkelt.
Lees meer over biologisch op de website biologisch-keurmerk.nl of bekijk dit filmpje:
Het ligt voor de hand dat een gezonde landbouw ook gezonde producten oplevert. Bij biologische landbouw wordt geen gif gespoten. Dat betekent dat je dit gif ook niet kunt binnenkrijgen. Hetzelfde geldt voor vlees: als het dier natuurlijk voedsel eet en weinig stresshormonen aanmaakt, is dat voordeliger voor de gezondheid van het vlees dat je eet.
Of iemand die vaak biologisch eet ook gezonder is dan iemand die nooit biologisch eet, is lastig te zeggen. Je gezondheid hangt namelijk ook af van andere factoren, zoals bijvoorbeeld beweging en woonomgeving.
In 2005 gaf het ministerie van Landbouw een groep wetenschappers de opdracht om uit te zoeken of biologisch eten nu wel of niet gezonder is. Het onderzoek kwam in 2020 in opspraak nadat Zembla publiceerde dat de conclusies destijds onder druk zijn aangepast. Om nu écht uitsluitend antwoord te krijgen op de vraag 'is biologisch gezonder?' startte in 2022 een vervolgonderzoek.
Biologische boeren en tuinders hebben geen gentech nodig. Voor hen is de natuur namelijk goed genoeg. Biologisch eten betekent dus eten zonder gentech.
Bionext is voorstander van gentechvrije zones en gentechvrije provincies in Nederland. In deze leaflet wordt uitgelegd wat gentech precies is.
De wereldbevolking stijgt naar bijna 10 miljard mensen in 2050 volgens de VN. De huidige wereldbevolking genoeg te eten te geven, is nu al een uitdaging. Maar liefst 690 miljoen mensen wereldwijd gaan elke avond met honger naar bed. Volgens critici zijn de opbrengsten van biologische landbouw te laag om alle mensen te (blijven) voeden. Biologische boeren produceren per hectare namelijk 20% minder dan niet-biologische boeren. Toch blijkt uit verschillende onderzoeken dat de biologische landbouw wereldwijd genoeg voedsel kan produceren. Hoe dat zit? We leggen het uit aan de hand van deze punten:
- Biologische boeren dragen veel zorg voor de bodem, waardoor toekomstige generaties ook nog gewassen kunnen telen.
- Het is niet zo dat we nu te weinig voedsel verbouwen, het hongerprobleem ligt voornamelijk aan andere factoren.
- Een gedeeltelijke omschakeling naar biologisch zou al een milieurevolutie zijn en kan juist deel uitmaken van de oplossing.
1. Biologische boeren dragen veel zorg voor de bodem
Biologisch is een alomvattende aanpak om landbouw en voedselproductie op alle aspecten van mens, dier en milieu in balans te brengen. Het draait voor de boer allemaal om de bodem: die moet zo vruchtbaar mogelijk blijven. Dat is belangrijk om de wereldbevolking te kunnen blijven voeden, want door de zorg van de biologische boer raakt de bodem niet uitgeput en kunnen de volgende generaties boeren er ook nog gewassen op verbouwen. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat biologische landbouw in hele droge omstandigheden (die vaker zullen voorkomen door de klimaatverandering) juist grotere oogsten opbrengt dan niet-biologische landbouw. Dat komt doordat biologische bodems beter in staat zijn om water vast te houden. In landen waar honger is, kan biologische landbouw dus juist bijdragen aan meer voedsel. De biologische boer, waar ook ter wereld, draagt dus bij aan een gezonde bodem die ook toekomstige generaties van voedsel kan (blijven) voorzien.
2. Het hongerprobleem is geen kwestie van te weinig voedsel
In 2006 produceerden we wereldwijd naar schatting al voldoende voedsel om 12 miljard mensen te voeden. Veel meer dan we technisch gezien nodig hebben dus. Het hongerprobleem is vooral een kwestie van ongelijke verdeling, waardoor niet iedereen toegang heeft tot het voedsel dat geproduceerd wordt. Bovendien belandt vandaag de dag nog steeds een kwart van al het voedsel in de afvalbak. Bijna 40 procent van het land op aarde is in gebruik voor landbouw. Tweederde hiervan is grasland voor vee. Een deel van deze grond zou ook gebruikt kunnen worden om gewassen te produceren voor menselijke consumptie; dat zou een stuk efficiënter zijn.
3. Biologisch is onderdeel van de oplossing
Uit onderzoek blijkt dat een situatie van 50% biologische teelt, de helft minder voedselverspilling en de helft minder productie van veevoer een haalbare aanpak zou zijn om de wereld op duurzame wijze te voeden. Als we meer biologisch zouden telen, zou dat veel voordelen voor mens, dier en milieu opleveren. In Nederland is nog geen 4% van onze landbouw biologisch. We hebben dus nog een lange weg te gaan om het doel van de Europese Commissie te behalen: in 2030 minstens 25% van de landbouwgrond voor biologische landbouw. Wel is er beweging, eerder dit jaar nam de Tweede Kamer vier moties aan om biologische landbouw en voeding te stimuleren.
Ja, er is een beperkt aantal pesticiden toegestaan in de biologische landbouw. Maar deze middelen moeten van natuurlijke oorsprong zijn. En ze worden pas ingezet als andere methoden zoals gewaskeuze, gewasrotatie en mechanische ingrepen (besmettingsbron verwijderen) niet helpen.
Voor onkruidbeheersing is geen enkel middel toegestaan, alleen voor bestrijding van ziekten en plagen.
Voorbeelden van stoffen die wel gebruikt mogen worden in de biologische landbouw zijn bijvoorbeeld Laminarine dat uit bruinwieren gewonnen wordt en gebruikt wordt tegen schimmels of de bacterie Bt (Bacillus thuringiensis) tegen rupsen in veel verschillende gewassen.
Natuurlijke stoffen betekent niet dat ze onschuldig zijn, anders zouden ze niet werken. Deze stoffen moeten ook een toelating hebben om gebruikt te mogen worden in een gewasbeschermingsmiddel.
Nee. Officieel hebben biologisch en fairtrade niets met elkaar te maken. De regels voor biologisch gaan over de manier waarop de boer landbouw bedrijft, en hoe producenten en handelaren met de aarde omgaan. De regels voor fairtrade gaan over leefbare inkomens voor boeren in Afrika, Azië en Latijns-Amerika.
Wat biologisch is, hoeft dus niet automatisch fairtrade te zijn of andersom. Je ziet echter in de praktijk dat biologisch en fairtrade vaak samen gaan. Het onderliggende idee is immers hetzelfde: eerlijk omgaan met het leven op aarde. Bij biologisch ligt de nadruk meer op de natuur en de dieren, bij fairtrade op de mensen.
Waar fairtrade zich inzet buiten Europa, denkt Bionext ook aan dichtbij: biologische boeren bij in Nederland verdienen namelijk ook een eerlijke prijs voor hun producten. Meer informatie lees je in de Greenpaper Biologisch & Prijs.
Het is een verstandige keus om je kinderen biologisch eten te geven en zelf zoveel mogelijk biologisch te eten wanneer je zwanger bent of borstvoeding geeft.
Kinderen hebben een lager lichaamsgewicht. Daardoor zijn ze gevoeliger voor resten van bestrijdingsmiddelen in voeding dan volwassenen. Baby's zijn extra gevoelig, omdat schadelijke stoffen in de eerste levensfase makkelijker in de hersenen kunnen doordringen.
Uit onderzoek blijkt dat moeders die biologisch eten (met name zuivel), meer gezonde vetzuren in hun moedermelk hebben. Ander onderzoek liet zien dat kinderen die gangbare groenten en fruit eten, sporen van pesticiden in hun urine hebben. Zodra de kinderen biologisch gingen eten, verdwenen de sporen bijna meteen uit hun urine.
Uit onderzoek van de Voedsel- en Warenautoriteit blijkt dat de meeste resten van bestrijdingsmiddelen gevonden worden in druiven, mandarijnen, aardbeien en appels. In 95% van de Nederlandse appels worden bestrijdingsmiddelen aangetroffen, gemiddeld vier gifsoorten per appel.
Biologische groente en fruit worden geteeld zonder chemische middelen. Een goede keus dus!
Ook biologische dieren mogen behandeld worden met antibiotica. Maar, antibiotica wordt pas gebruikt als het écht niet anders kan. De boer gaat namelijk eerst op zoek naar een natuurlijk geneesmiddel voor zijn dieren.
Om ervoor te zorgen dat er zo weinig mogelijk antibiotica gebruikt wordt, zijn er strenge regels:
- Preventief gebruik van antibiotica en synthetische geneesmiddelen is verboden.
- Per jaar zijn maximaal drie behandelingen met antibiotica en synthetische geneesmiddelen toegestaan.
- Voor dieren met een levensduur korter dan één jaar is één behandeling het maximum.
- Bij het gebruik van diergeneesmiddelen geldt twee keer de wettelijke wachttermijn. Als geen wettelijke wachttijd is bepaald, geldt een wachttijd van 48 uur.
- Bij de behandeling van ziekten hebben natuurlijke (fytotherapeutische) en homeopathische middelen de voorkeur. Als deze middelen niet doeltreffend zijn en toch behandeling nodig is om pijn of lijden van een dier te voorkomen, mag onder verantwoordelijkheid van een dierenarts een gangbaar geneesmiddel gebruikt worden. Het is dus niet zo dat biologische dieren helemaal geen antibiotica mogen hebben. Als dieren - volgens de dierenarts - antibiotica nodig hebben omdat ze anders niet herstellen of pijn lijden, mogen ze antibiotica krijgen.
Wereldwijd zijn er veel aanwijzingen dat biologische landbouw voordelen heeft in een veranderend klimaat én voor minder CO2-uitstoot zorgt. Zo gebruikt een biologische boer geen kunstmest of pesticiden, waardoor er minder broeikasgassen worden uitgestoten.
Ook zetten biologische boeren in op Carbon Farming. Hiermee wordt er koolstof opgeslagen in de bodem waardoor de bodem weerbaarder wordt voor klimaatextremen. Want door een betere waterhuishouding van de bodem zijn natte en droge periodes beter 'op te vangen'.
Meer over biologisch en klimaat lees je in de Greenpaper Biologisch & Klimaat.
Binnen de biologische landbouw is natuurlijke balans het uitgangspunt. Dieren bemesten het land, zodat gewassen kunnen groeien. Zowel planten als dieren zijn dus onderdeel van dit (eco)systeem. Maar hierin bestaat een evenwicht. Er zit dan ook een grens aan het aantal dieren dat we verantwoord kunnen houden ten opzichte van de beschikbare grond. Door grondgebonden te werken brengen veehouders hun dieren met zorg groot, en houden ze rekening met de natuurlijke behoeften van elk soort.
Biologisch boeren betekent o.a. meer leefruimte voor dieren en minder ingrepen in of bij het dier. Zo zijn er bijvoorbeeld modderpoelen voor zeugen, en behouden kippen hun hele snavel. De Dierenbescherming vindt biologische landbouw de meest diervriendelijke vorm van landbouw, daarom heeft het meeste biologische vlees ook het 3 sterren Beter Leven keurmerk.
Ook voor de wilde dieren zoals vlinders, vogels en kleine zoogdieren, is de biologische landbouw vriendelijker. De soortenrijkdom is groter rondom biologische boerderijen.
De biologische landbouw spant zich continu in om nog diervriendelijker te worden, want er kan nog van alles verbeterd worden.
Meer over dit onderwerp lees je in de Greenpaper Biologisch & Dierenwelzijn.
Afzonderlijke biologische producten zijn wel vaak duurder dan niet-biologische producten. En terecht! Doordat je meer betaalt, kan er beter worden gezorgd voor de dieren, de aarde en de mensen. Een biologische kip kan bijvoorbeeld heerlijk rondrennen in de frisse lucht. En een biologische tomaat krijgt de tijd om zich te voorzien van een fantastische kleur en smaak.
De goedkope kiloknallers lijken voordelig, maar kosten onze samenleving veel. Die kosten ziet u bijvoorbeeld terug in heffingen van de gemeente (denk aan waterzuivering). Vervuiling en afbraak van biodiversiteit kost de maatschappij miljoenen.
In onze maatschappij geven we gemiddeld 12% van ons inkomen uit aan voedsel. Hiermee behoort Nederland tot de landen waar relatief het minst aan eten wordt uitgegeven. Stap je volledig over op bio, dan wordt dit 16%. Dat is nog steeds heel weinig.
Als je slim boodschappen doet, eet volgens de seizoenen en slechts af en toe vlees koopt, hoef je met biologisch niet duur uit te zijn. De grootste super van ons land heeft wel eens uitgerekend dat je op maaltijdniveau al voor 2 euro p.p. heerlijk 100% biologisch kunt eten.
Meer over de prijs van biologisch lees je in de Greenpaper Biologisch & Prijs.
Is het verplicht voor (biologische) bakkerijen om jodiumzout, oftewel bakkerszout te gebruiken in (biologisch) brood?
Gangbare bakkers zijn verplicht zout te gebruiken waar jodium aan is toegevoegd. Biologische, door Skal gecertificeerde bakkers mogen het gebruiken, maar zijn dit niet verplicht.
Waarom gebruiken biologische bakkerijen minder of geen jodiumzout oftewel bakkerszout?
Jodium is een mineraal dat niet van nature in grote hoeveelheden in zout aanwezig is, maar wordt toegevoegd. Biologische bakkers willen zo min mogelijk onnatuurlijke toevoegingen in hun brood.
Is er een alternatief voor zout met toegevoegd jodium?
Er worden verschillende soorten zout gebruikt. Sommige bakkerijen gebruiken zeezout; dit heeft een iets hoger jodiumgehalte dan steenzout en geeft ook een eigen smaak aan het brood.
Hoe weet ik of mijn biologisch brood jodiumhoudend is?
Op de verpakking van het brood staan de ingrediënten. Dit is ook na te vragen bij de leverancier van het brood. Zij zullen hier open en transparant over communiceren.
In de discussie rondom deze vraag wordt vaak gewezen op de grote hoeveelheden soja die Nederland importeert voor de veevoeding en daarmee bijdraagt aan het probleem. Biologisch en niet-biologisch wordt daarin vaak over één kam geschoren.
De biologische verordening stelt de voorwaarde dat soja biologisch wordt geproduceerd, maar bevat geen expliciete eisen t.a.v. de wijze waarop de productiegrond voor de sojateelt wordt gecreëerd, cq. of hier (oerwoud)bossen voor mogen worden gekapt.
Toch kunnen we stellen dat voor de productie van biologisch voer in Nederland géén soja wordt gebruikt die geteeld is op gronden waarvoor bossen gekapt zijn. Vrijwel alle biologische soja voor de productie van biologisch veevoer in Nederland wordt namelijk geïmporteerd uit China en een klein deel uit Europa. Het gebied in China waar de soja vandaan komt, is een gebied met puur landbouwgrond. Bij uitbreiding van het areaal grond wordt omgeschakeld van gangbaar naar biologisch. Verder is de productie in dit gebied Fair Trade gecertificeerd. In de overeenkomst voor de Fair Trade soja staat dat er geen bos gekapt mag worden voor de productie van soja.
Duurzame sojateelt staat al langere tijd op de agenda van de biologische sector. In Nederland is een aantal jaar geleden door diverse veevoerorganisaties en maatschappelijke organisaties het convenant ‘Solidair met soja’ getekend. Hierin zijn aanvullende eisen gesteld aan biologische soja die tot biologisch veevoer wordt verwerkt.
We kunnen dus stellen dat de biologische veehouderij in Nederland niet in negatieve zin bijdraagt aan het vernietigen van het regenwoud in het Amazonegebied. Een keuze voor biologisch is dus ook hier een verantwoorde keuze.
De term biologisch is wettelijk beschermd. Biologische producten herken je aan het Europese keurmerk met het groene blaadje. Als het Europese keurmerk op een product staat, is deze gegarandeerd biologisch. Een officiële controle-organisatie controleert namelijk of de producenten aan de Europese eisen voldoen. De Europese eisen gaan niet over wáár het product gemaakt wordt, wel over hóé.
Een product hoeft dus niet uit Europa te komen, maar moet wél aan de Europese eisen voldoen om hier biologisch genoemd te mogen worden.
Bij vlees dat geproduceerd wordt onder het Beter Leven keurmerk wordt primair gelet op dierenwelzijn. Biologisch houdt ook rekening met dierenwelzijn, maar let daarnaast op bijvoorbeeld het milieu. Biologisch en Beter Leven zijn dus niet hetzelfde.
Maar: biologisch is wel het hoogst haalbare in Nederland als het om dierenwelzijn gaat. Biologisch geproduceerd vlees krijgt daarom bijna altijd het Beter Leven keurmerk met drie sterren.
Meer hierover vind je op de website van Beter Leven keurmerk.
Het Europees biologisch keurmerk is van toepassing op landbouw en voedselproducten. Daar vallen de volgende zaken onder:
- Levende of onverwerkte landbouwproducten (inclusief zaden, plantaardig teeltmateriaal en bloembollen)
- Aquacultuur (vis)
- Bijenteelt (honing)
- (verwerkte) Voedingsmiddelen
- Diervoer
Cosmetica en kleding vallen hier dus buiten. Maar de katoenpluis is een gewas. Dat kan dus wel onder biologische voorwaarden verbouwd worden waarbij er chemische bestrijdingsmiddelen* en kunstmest aan te pas komen. En je kunt ook cosmetica maken van biologisch verbouwde ingrediënten. Maar omdat het eindproduct geen onbewerkt landbouwproduct of voedingsmiddel is, geldt hiervoor niet EU-biologisch keurmerk.
Er zijn wel andere keurmerken waar je op kunt letten bij het kopen van cosmetica en kleding. Deze geven vaak op de verpakking het percentage biologische ingrediënten aan. Betrouwbare labels zijn:
Cosmetica
COSMOS, Natrue, Soil Associaton, Cosmebio, Ecocert, BDIH, EcoControl en Icada.
Kleding
*24 procent van de insecticiden en 11 procent van de pesticiden wordt gebruikt in de katoenindustrie. Dat terwijl dit slechts op 2,4 procent van de wereldwijde akkerbouwgrond wordt verbouwd (WWF 2013). Dit heeft enorme invloed op de mensen die er werken.
Er bestaan heel veel keurmerken voor voedingsmiddelen. Veel daarvan zijn door commerciële partijen ontwikkeld en bevatten claims die door henzelf bedacht en gecontroleerd worden. Ook lachende koeien en vrolijke bloemetjes op de verpakking kunnen de suggestie wekken dat een product dier- en milieuvriendelijk is.
Om consumenten te helpen bij hun keuze in de supermarkt, heeft Milieu Centraal daarom een lijst gemaakt van “10 topkeurmerken”. Dit zijn keurmerken die strenge eisen stellen aan milieu, eerlijke handel en dierenwelzijn, en daar goed op worden gecontroleerd. Deze 10 keurmerken zijn: ASC, Beter Leven, Demeter, EKO, Europees keurmerk voor biologisch, Fairtrade, MSC, On the way to PlanetProof, Rainforest Alliance en UTZ.
Van de keurmerken uit dit lijstje, zijn Biologisch, Demeter en EKO de enige die zich moeten houden aan strenge Europese wetgeving. Dit betekent dat een biologische boer in Italië zich aan dezelfde regels moet houden als een biologische boer in Friesland. Ook is er geen commerciële partij die geld verdient aan het keurmerk. Skal Biocontrole voert in opdracht van de Nederlandse overheid de onafhankelijke controle uit bij alle biologisch bedrijven.
Enkelvoudige producten (groenten, vlees, vis) zijn altijd 100% biologisch. Voor samengestelde producten (pizza, tapenade, brood) geldt dat deze voor minimaal 95% uit biologische ingrediënten moeten bestaan.
Er zijn strenge regels waar die 5% uit mag bestaan. Er staat een hele korte lijst in de Europese wetgeving van de producten die simpelweg niet biologisch verkrijgbaar zijn. Dit zijn producten als: eikels, mierikswortelzaad, Peruaanse peper en rijstpapier. Alleen voor deze producten bestaat deze regel van 5% niet-biologisch bij samengestelde producten.
Als er meer dan 5% gangbare ingrediënten in zitten, mag het product niet als biologisch worden verkocht.
Natuurinclusieve landbouw is een vorm van duurzame landbouw dat uitgaat van een veerkrachtig systeem. Dat systeem maakt optimaal gebruik van de natuurlijke omgeving en integreert die in de bedrijfsvoering. Daarnaast draagt natuurinclusieve landbouw actief bij aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving. Natuurinclusieve landbouw produceert voedsel binnen de grenzen van natuur, milieu en leefomgeving met een positief effect op de biodiversiteit.
Zowel biologisch als natuurinclusief creëren een stabiel en robuust landbouwsysteem. Beiden zetten in op een veerkrachtige vorm van landbouw dat klimaatadaptief is en bestand tegen ziekten en plagen. Zo gaan ze uit van de kracht van de natuur met biodiversiteit, natuurlijke bodemprocessen en andere ecosysteemdiensten.
In tegenstelling tot biologisch en natuurinclusief, zet de gangbare landbouw in op risicobeheersing. Dat betekent het controleren en ingrijpen met bijvoorbeeld chemische bestrijdingsmiddelen. Hiermee worden omgevingsfactoren die het bedrijfsproces kunnen beïnvloeden zoveel mogelijk beperkt.
Tussen de 70 en 80 procent van de biologische boeren zijn ook natuurinclusief. Natuurinclusieve landbouw en biologische landbouw zijn dus niet hetzelfde, maar gaan uit van gelijkwaardige principes. Omdat er geen keurmerk voor natuurinclusief bestaat, is het lastig om te weten welke producten je wel en niet kunt kopen als je natuurinclusief wilt consumeren. Biologisch is wél herkenbaar en heeft een grote overlap met natuurinclusief. Daarom kan je biologisch kopen om daarmee indirect ook te kiezen voor natuurinclusief.
Als je meer wilt weten over natuurinclusief en biologisch, lees dan het interview met Nick van Eekeren (Louis Bolk Instituut).
En alles over biodiversiteit vind je in de greenpaper Biologisch & Biodiversiteit.
Vruchten als ananassen, bananen en mango’s komen uit (sub)tropische gebieden. Ananassen worden bijvoorbeeld veel in Costa Rica verbouwd. Maar als die vruchten daar worden geteeld, zijn ze dan wel biologisch? Zijn biologische ananassen nog wel milieuvriendelijk als ze zo’n lange afstand moeten afleggen? En is ingeblikte of voorgesneden ananas duurzamer? Wij leggen het graag uit!
Biologisch voor de biodiversiteit
Het grootste verschil tussen een ‘gangbare’ ananas en een biologische ananas, is het gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen. Biologische telers gebruiken alleen natuurlijke bestrijdingsmiddelen. Op deze manier helpt biologische landbouw de biodiversiteit in stand te houden. Zo bevatten biologische bodems veel micro-organismen en insecten, en trekken ze veel vogels en andere dieren aan.
Is een buitenlands product wel écht biologisch?
Ook biologische ananassen, en andere biologische producten die in het buitenland geproduceerd worden, zijn écht biologisch. De claim ‘biologisch’ is namelijk wettelijk beschermd. Als het Europees biologisch keurmerk (het groene blaadje) op een product staat, is het gegarandeerd biologisch. Een officiële controle-organisatie controleert of de producenten aan de Europese eisen voldoen.
Bio ananassen worden niet per vliegtuig vervoerd
In de biologische wetgeving staat niet vermeld dat biologische producten niet per vliegtuig vervoerd mogen worden. Transport per vliegtuig veroorzaakt wel meer CO2-uitstoot dan transport per schip. Daarom wordt meer dan 99% van alle biologische producten vanuit buiten Europa per schip naar Nederland vervoerd. En 100% van alle biologische ananassen worden verscheept, ze worden dus nooit ingevlogen.
Biologisch is veel meer dan alleen ‘milieu’
Daarnaast is ‘transport’ slechts een heel klein deel van de totale ecologische en sociale impact. Biologisch is veel meer dan dat. Het draait om eerlijkheid van mens, dier en milieu, het draait om ecosystemen en natuurlijke kringlopen. Biologisch gaat in op bodemgezondheid, watersystemen en biodiversiteit. Een ananas uit Costa Rica kan dus zeker biologisch zijn, ondanks dat het een grote afstand aflegt.
Het verschil tussen een volledige ananas, ingeblikt en voorgesneden
Het is lastig te zeggen of een volledige-, ingeblikte- of voorgesneden ananas het meest duurzaam is. Met een volledige ananas vervoer je ‘extra’ gewicht en ruimte door de schil, kern en kroon. Voorgesneden ananas wordt vaak vervoerd als volledige ananas waarvan de kroon afgesneden is, en in Nederland gesneden en verpakt in plastic. Dit is natuurlijk geen duurzaam verpakkingsmateriaal. Bij ingeblikte ananas vervoer je alleen wat er echt geconsumeerd kan worden. Ingeblikte ananas is erg lang houdbaar, maar er wordt veel vruchtvlees verspild en blik wordt bijna niet gerecycled.
Koop eens de ananas met het verdroogde blaadje
Onze tip? Koop de biologische, volledige ananas. Het liefst één waarvan sommige blaadjes aan de kroon al en beetje verdorren. Veel mensen laten deze ananassen liggen, omdat ze denken dat de ananas dan niet meer goed is. Niets is minder waar! De eerste tekenen van rijpheid zie je in de bladeren. Dus voorkom voedselverspilling en neem de ananas die al bijna rijp is en een heerlijke, zoete geur heeft!
E-nummers zijn stoffen die worden toegevoegd aan voedingsmiddelen om een eigenschap te verbeteren. Deze E-nummers zijn getest op veiligheid door de European Food Safety Authority en mogen gebruikt worden in de Europese Unie. Sommige E-nummers zijn heel gewone stoffen, zoals bijvoorbeeld kurkuma (E100) dat gebruikt wordt als natuurlijk kleurstof.
Van de ruim 350 E-nummers mogen er slechts een stuk of 50 worden gebruikt in de biologische voedselproductie. Een E-nummer mag alleen gebruikt worden bij biologisch als deze een natuurlijke oorsprong heeft én als ze essentieel zijn voor het maken van een product.
Het kan dus zijn dat je een E-nummer op de verpakking van een biologisch product ziet staan. Deze zijn veilig én natuurlijk.
Als het Europese bio-keurmerk (zie hieronder) op een product staat, is het gegarandeerd biologisch. Ongeacht in welke winkel je het product tegenkomt.
In Nederland controleert de organisatie Skal of producten echt biologisch zijn. De inspecteurs van Skal controleren boeren en producenten, handelaren en verwerkers, zowel aangekondigd als onaangekondigd.
Dus als het Europese Bio-keurmerk op het product staat, kan je er met een gerust hart van genieten!

