Collega Gerdine bij IGOF overleg in Wenen

‘Regenerative can never compare with organic’ 

Regeneratieve landbouw, u heeft er als biologische boer of betrokken consument vast een mening over. Een modeterm die claimt groen te zijn maar tegelijkertijd geen certificering heeft. Dat doet menig biologisch ondernemer de wenkbrauwen fronsen. Zo ook tijdens het jaarlijks fysieke overleg van de IGOF, de boerenvergadering van onze Europese belangenorganisatie IFOAM. De IGOF houdt zich bezig met allerlei thema’s die op Europees niveau spelen en de biologische boer raken. Denk aan het GLB, maar ook onze eigen Europese bio wetgeving. 

IGOF2026 22

Foto's: Thomas Fertl, BioAustria 

Dit jaar is de vergadering in Wenen, waar we de landbouwuniversiteit van Oostenrijk vinden en ook één van de kantoren van BioAustria, het Oostenrijkse Biohuis. De Oostenrijkers kunnen ons jaloersmakende cijfers laten zien: 27% van het landoppervlak is biologisch gecertificeerd, en biologisch heeft bijna net zoveel marktaandeel via diverse kanalen zoals de supermarkten, speciaalzaken, catering en horeca. En als je denkt: ja dat komt natuurlijk door al die bergboeren? Ook in het laagland van Oostenrijk rondom Wenen vind je enorm veel bio akkerbouw, wijnbouw en fruitteelt. 

Dag 1

De eerste dag is traditioneel de vergaderdag waarbij we beginnen met de biologische wetgeving. Naar aanleiding van een vereenvoudigingsronde in Brussel bereidt IFOAM verschillende scenario’s voor om onze eigen bio wet zo progressief mogelijk te houden maar tegelijkertijd knelpunten of onduidelijkheden op te lossen. Wist u bijvoorbeeld dat in de bio wet niet hard is gemaakt welk deel van de uitloop voor varkens overkapt mag zijn? Er staat ‘gedeeltelijk’, wat Nederland ooit heeft vastgesteld op 75%. Andere lidstaten hanteren 50%, en weer andere meer dan 75%. 

Na de lunch bespreken we het thema regeneratief. Een trend die overal in Europa opkomt. We wisselen uit wat er in onze landen speelt en bespreken of we regeneratief als bedreiging zien of kans. Mijn Duitse collega denkt dat regeneratief al op de retour is, en mijn Portugese collega vindt dat regeneratief nooit kan tippen aan biologisch omdat er geen wettelijke basis onderligt. Maar de Italianen zien wel ontwikkelingen richting een vorm van een keurmerk en benoemt dat als bedreiging. We concluderen dat we ons eigen keurmerk zullen moeten blijven pushen als holistisch landbouwsysteem met een ijzersterke wettelijke borging om vóór te blijven op alternatieven zoals regeneratief. 


Na deze discussie volgt een kort intermezzo over de aanstaande stemming in het Europees Parlement over de NGTs (new genomic techniques). Het is vrijwel zeker dat Europa ervoor kiest om meer ruimte te geven aan GMO. We zijn daar als sector niet blij mee, vooral omdat het erop lijkt dat bedrijven niet op etiketten hoeven te vermelden of er GMO-ingrediënten zijn gebruikt. We wisselen uit welke acties er worden gedaan in lidstaten om dit onder de aandacht te brengen. In Nederland doen wij mee aan de ‘blacked-out-ingredients’ actie, die consumenten wijst op hun recht op transparante informatie. De actie gaat vanaf eind maart van start en zal u in ieder geval in de bio speciaalzaken tegenkomen. 

Als laatste agendapunt komt het GLB vanaf 2028 aan de orde. Er zijn tot nu toe vooral hoofdlijnen bekend maar vast staat dat er gekort wordt op het budget en dat er geen harde budgetvereisten zijn gesteld aan de steun voor biologisch. IFOAM zet daar het komende jaar vol op in om daar verandering in te brengen, en dat zullen wij ook doen richting Ministerie van LVVN. 

Na een lange vergaderdag vertrekken we naar een restaurant waar we ontspannen de dag afsluiten. Ik schuif aan tafel bij mijn Franse, Italiaanse en Zwitserse collega’s die allemaal wijnboer zijn. Uiteraard moest er veel Oostenrijkse wijn geproefd worden en het bleef nog lang gezellig… 

IGOF Wenen 1

Dag 2

De tweede dag van de IGOF staat altijd in het teken van lokale excursies. We bezoeken in de ochtend een akkerbouw-tuinder, die alle groentes lokaal afzet en zijn luzerne vooral gebruikt als groenbemester in de vorm van mulch. Deze boer is ook gecertificeerd als regeneratief, volgens de principes van het Rodale Instituut. Zijn verhaal aanhorend is greenwashing er zeker niet bij: biologisch gecertificeerd zijn is een voorwaarde, en er komen allerlei eisen bij zoals niet-kerende grondbewerking. 

We rijden door naar de lunchlocatie; een wijngoed dat hele lekkere biologische wijnen maakt. Hoe ik dat weet? Omdat die natuurlijk naast een zeer klassieke Oostenrijkse maaltijd geserveerd werden: pasta met kool, knödel, gebraden varkensvlees en aardappelsalade.   

Als laatste bezoeken we een biologische varkenshouder, die tot mijn verbazing min of meer in de buitenwijken van Wenen zit. Hoe deze jonge boer dat voor elkaar gekregen heeft? Een beetje geluk lacht hij en ook wel de lokale politiek die pro bio/agro-ecologisch is. Hij houdt maar 20 zeugen en zo’n 40 vleesvarkens. Hij verkoopt een groot deel van zijn biggen aan andere collega’s. Daarnaast teelt hij 90% van het voer op eigen akkers. Veel van zijn producten verkoopt hij direct via automaten, en op zijn jaarlijkse open dag kwamen vorig jaar 1000 bezoekers. 

Geïnspireerd stappen we allemaal weer de bus in, terug naar Wenen om vanaf daar ieder ons weegs te gaan. Ik kan gelukkig nog een paar dagen blijven om deze magnifieke stad te bezoeken. Op zondagavond neem ik de nachttrein terug naar Nederland, mooi te combineren met het vastleggen van de opgedane indrukken in verslag en acties. 

IGOF Wenen 2