Kan biologisch de wereld voeden?

Ja, dat kan. En dat leggen we graag even uit.

De wereldbevolking stijgt naar bijna 10 miljard mensen in 2050 volgens de VN. De huidige wereldbevolking genoeg te eten te geven, is nu al een uitdaging. Maar liefst 690 miljoen mensen wereldwijd gaan elke avond met honger naar bed. Volgens critici zijn de opbrengsten van biologische landbouw te laag om alle mensen te (blijven) voeden. Biologische boeren produceren per hectare namelijk 20% minder dan niet-biologische boeren. Toch blijkt uit verschillende onderzoeken dat de biologische landbouw wereldwijd genoeg voedsel kan produceren. Hoe dat zit? We leggen het uit aan de hand van deze punten:

  1. Biologische boeren dragen veel zorg voor de bodem, waardoor toekomstige generaties ook nog gewassen kunnen telen.
  2. Het is niet zo dat we nu te weinig voedsel verbouwen, het hongerprobleem ligt voornamelijk aan andere factoren.
  3. Een gedeeltelijke omschakeling naar biologisch zou al een milieurevolutie zijn en kan juist deel uitmaken van de oplossing.

1. Biologische boeren dragen veel zorg voor de bodem
Biologisch is een alomvattende aanpak om landbouw en voedselproductie op alle aspecten van mens, dier en milieu in balans te brengen. Het draait voor de boer allemaal om de bodem: die moet zo vruchtbaar mogelijk blijven. Dat is belangrijk om de wereldbevolking te kunnen blijven voeden, want door de zorg van de biologische boer raakt de bodem niet uitgeput en kunnen de volgende generaties boeren er ook nog gewassen op verbouwen. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat biologische landbouw in hele droge omstandigheden (die vaker zullen voorkomen door de klimaatverandering) juist grotere oogsten opbrengt dan niet-biologische landbouw. Dat komt doordat biologische bodems beter in staat zijn om water vast te houden. In landen waar honger is, kan biologische landbouw dus juist bijdragen aan meer voedsel. De biologische boer, waar ook ter wereld, draagt dus bij aan een gezonde bodem die ook toekomstige generaties van voedsel kan (blijven) voorzien.

2. Het hongerprobleem is geen kwestie van te weinig voedsel
In 2006 produceerden we wereldwijd naar schatting al voldoende voedsel om 12 miljard mensen te voeden. Veel meer dan we technisch gezien nodig hebben dus. Het hongerprobleem is vooral een kwestie van ongelijke verdeling, waardoor niet iedereen toegang heeft tot het voedsel dat geproduceerd wordt. Bovendien belandt vandaag de dag nog steeds een kwart van al het voedsel in de afvalbak. Daarnaast wordt meer dan een derde van de beschikbare landbouwgrond gebruikt om veevoer te verbouwen. Het zou efficiënter zijn om op deze grond gewassen voor menselijke consumptie te telen.

3. Biologisch is onderdeel van de oplossing
Uit onderzoek blijkt dat een situatie van 50% biologische teelt, de helft minder voedselverspilling en de helft minder productie van veevoer een haalbare aanpak zou zijn om de wereld op duurzame wijze te voeden. Als we meer biologisch zouden telen, zou dat veel voordelen voor mens, dier en milieu opleveren. In Nederland is nog geen 4% van onze landbouw biologisch. We hebben dus nog een lange weg te gaan om het doel van de Europese Commissie te behalen: in 2030 minstens 25% van de landbouwgrond voor biologische landbouw. Wel is er beweging, eerder dit jaar nam de Tweede Kamer vier moties aan om biologische landbouw en voeding te stimuleren.