Naar content
Image

Veehouderij, houden van bijen en viskweek

De belangrijkste verschillen tussen biologische en reguliere veehouderij zijn:

  • jonge en aangekochte dieren hebben een biologische herkomst
  • stallen, weides en uitloop zijn zo natuurlijk mogelijk ingericht, zijn ruim genoeg en bieden voldoende beschutting
  • dieren kunnen naar buiten
  • stallen hebben daglicht, ventilatie, genoeg droge ligruimtes met stro
  • dieren krijgen biologisch geproduceerd voer
  • aan krachtvoer is een maximum gesteld
  • de boer kiest rassen met een natuurlijke weerstand
  • reguliere geneesmiddelen en antibiotica mogen worden toegediend onder toezicht van een veearts, maar alleen bij ziekte en niet preventief
  • er is een medicijnregistratie per dier
  • staarten couperen, tanden knippen, snavels kappen is niet toegestaan
  • dieren mogen niet worden vastgezet tenzij dit voor de veiligheid nodig is.

Skal Biocontrole heeft een informatieblad beschikbaar over biologische veehouderij. 

Biologische viskweek (aquacultuur) vindt op dit moment in Nederland niet plaats. Wel zijn er gecertificeerde producten uit andere EU-landen in Nederland te koop, zoals uit Ierland, Frankrijk, Duitsland of Griekenland. Er is viskweek op land en in zee.

De belangrijkste verschillen tussen biologische en reguliere viskweek zijn:

  • dieren hebben voldoende ruimte om zich goed te voelen in hun omgeving
  • er zijn eisen aan de waterkwaliteit en het zuurstofgehalte, en de filtratie
  • watertemperatuur en lichtintensiteit moeten passen bij de natuurlijke omstandigheden van de locatie en de diersoort
  • de bodem moet passen bij de aard van het dier (bijv. klei in geval van karpers)
  • er zijn welzijnseisen zoals een maximaal aantal dieren per m3, afhankelijk van de soort
  • de kweker houdt toezicht op de toestand van de vis, zoals verwondingen, groeitempo, gedrag en gezondheid
  • gesloten recirculatiesystemen bij productie zijn niet toegestaan
  • het voer moet minimale impact op het milieu hebben; dieren krijgen biologisch voer aangevuld met afval uit duurzame visserij
  • er zijn slachttechnieken voorgeschreven om onnodig lijden te voorkomen

De Nederlandse tekst van de Europese Verordening vind je hier.

In de kopjes hieronder zie je per dier wat het biologisch houden betekent.

Afbeelding

Kippen houden

Kippen zijn van nature bosvogels en biologische boeren proberen hier rekening mee te houden. Biologische legkippen krijgen veel ruimte (in de stal max. 6 kippen per m2) en mogen buiten lopen in een begroeide uitloop (4 m2 per kip). In hun stal hebben ze recht op daglicht, zitstokken, legnesten en strooisel om lekker in te scharrelen.
Het voer is 95% biologisch en volledig gentechvrij. Een biologische kip mag het puntje van haar snavel houden, want dat is net zo gevoelig als een vingertopje. Zie ook www.adopteereenkip.nl, een campagne van Bionext waarbij je een biologische legkip kan adopteren!

De biologische vleeskippen hebben ook echt een beter leven. Reguliere vleeskuikens groeien zo snel dat ze na vijf รก  zes weken al geslacht worden, wat veel welzijnsproblemen oplevert ('plofkippen'). Biologische vleeskippen krijgen twee keer zoveel tijd, ruim 80 dagen. Daardoor hebben ze geen hartklachten en zakken ze niet door hun poten. Bovendien hebben ze net als de legkippen een dagelijkse vrije uitloop naar buiten, strooisel en stofbaden.

Afbeelding Links

Koeien houden

Van de Nederlandse koeien staat 30% altijd op stal. Per regio kan dat zelfs wel oplopen tot meer dan 50%. Biologische koeien staan alleen 's winters op stal, als het te koud is. Sommige rassen zoals Schotse hooglanders en Hereford runderen kunnen goed tegen winterweer, maar ze hebben wel beschutting nodig en moeten bijgevoerd worden. Minimaal 60% van het voer moet van het eigen bedrijf of uit de regio komen; maximaal 40% van het rantsoen mag uit krachtvoer bestaan.

Vleeskalveren (ouder dan 1 week) en vleesstieren worden in groepen gehouden.

Afbeelding rechts

Varkens houden

Biologische varkens hebben het hele jaar een uitloop naar buiten. Zeugen die drachtig zijn hebben toegang tot een weide waar vaak ook een modderpoel is. 

Er ligt stro in de stal waar de varkens drie keer meer ruimte hebben dan hun reguliere soortgenoten. Ze krijgen daglicht en frisse lucht. Ook hebben ze een schuurpaal en de mogelijkheid om te wroeten. Het voer is voor minimaal 95% biologisch en volledig gentechvrij. Hun krulstaart mogen ze houden en ook de tanden worden niet geknipt.

Bij het transport mogen geen elektrische dwangmiddelen worden gebruikt. Het transport van levende dieren vindt alleen binnen Nederland plaats, dus de transportduur is beperkt. Sinds 2007 worden alle biologische biggen onder verdoving gecastreerd. De biologische varkenshouders zijn hier als eerste mee begonnen.

Afbeelding Links

Geiten houden

Geiten worden gehouden voor de melk en het vlees. Geitenzuivel bevat iets minder lactose waardoor mensen met een koemelkallergie vaak wel geitenmelk kunnen drinken. Het is makkelijker te verteren dan koemelk, bevat meer oligosacchariden (nuttig voor je immuunsysteem), versterkt de opname van ijzer, en bevat meer vitamine A en D, calcium, zink, fosfor en selenium. Koemelk bevat daarentegen weer meer foliumzuur.

Geitenvlees wordt snel populairder in Nederland; tot nu toe was het vooral in Zuid-Europa erg geliefd als delicatesse. Als er meer biologisch geitenvlees wordt gegeten ontstaat daarvoor een markt die ervoor zorgt dat geitenbokjes niet meer in de reguliere geitenhouderij hoeven te worden afgemest, wat nu nog vaak het geval is.

Afbeelding rechts

Schapen houden

Schapen worden gehouden voor de wol en voor (lams)vlees. Biologische schapen krijgen 100% biologisch voer, waarvan minimaal 60% ruwvoer (gras en hooi) en maximaal 40% krachtvoer.

Preventief antibioticagebruik is niet toegestaan. De dieren mogen altijd in de wei staan als het weer en de bodem dit toelaten. In de stal ligt stro of ander strooisel. Lammeren drinken minimaal anderhalve maand bij de moeder. De staarten mogen niet afgeknipt worden.

Afbeelding Links

Bijen houden

Biologische bijenhouderij is nog nieuw in Nederland. Er bestond geen Nederlandse interpretatie van de Europese regels. Sinds 2016 is die er wel. Bijenkasten moeten zo worden geplaatst dat bronnen van nectar en stuifmeel binnen een straal van 3 kilometer voor meer dan 50% bestaan uit biologische gewassen en/of natuur en gewassen waarop geen bestrijdingsmiddelen worden toegepast. Ook mag er binnen een straal van 5 kilometer van de standplaats geen vuilverbrandingsinstallatie zijn. De bijenkast is gemaakt van natuurlijk materiaal, zonder chemisch-synthetische verf of lijm.

Het aantal biologische imkers in Nederland is nog heel beperkt. De meeste honing vindt zijn weg naar de betererestaurants en vaste klanten. De biologische honing in de winkel komt vrijwel altijd uit het buitenland.

Afbeelding rechts

Kweek van vissen, schaal- en schelpdieren

Een van de unieke kenmerken van biologische landbouw is dat de hele keten gecontroleerd moet kunnen worden. Dat is bij de productie van vis niet anders dan bij gewassen of vlees. Daarom bestaat er geen biologische wilde vis; feitelijk is wild gevangen vis de ultieme variant van vrije-uitloop. Biologische aquacultuur is het alternatief voor gangbare kweek van vis, schaal- en schelpdieren en zeewier. Essentieel is dat de biologische productie zo dicht mogelijk bij de natuur moet aansluiten en dus aan de soortspecifieke welzijnsbehoeften van de dieren wordt voldaan. Diergezondheid is vooral gebaseerd op ziektepreventie. Het natuurlijk milieu moet maximaal in tact blijven. Dit laatste is bijvoorbeeld van belang voor de productie van dierlijk voer voor carnivore kweekvis.

De  sector staat nog in de kinderschoenen. Zalm is het belangrijkste product.