Image

Bio op school

Bio is niets anders dan de meest natuurlijke manier van het produceren van je dagelijkse voedsel. Daar heb je toch geen les voor nodig, zou je denken. En toch, we zijn in twee generaties tijd zo normaal gaan vinden dat ons eten vol zit met stoffen die bedoeld zijn om ons te misleiden of zelfs verslaafd te maken: geur-, kleur- en smaakstoffen, een overdaad aan suiker of nep-suiker, smaakversterkers. Reclame heeft ons aangepraat dat je er helemaal bij hoort als je frisdrank X gebruikt of als ouder goed bezig bent met zoete zuiveltoetjes voor de kinderen of 'tussendoortjes' met geharde vetten. Ons eten wordt opgepompt met kunstmest en platgespoten met pesticiden. Dankzij water en bindmiddelen lijkt het lekker goedkoop maar is de werkelijke voedingswaarde bedroevend. We eten teveel koolhydraten, te veel verkeerde vetten en verbazen ons over ADHD, obesitas en hart- en vaatziekten. Voedsel wordt ondertussen geoctrooieerd door multinationals die ons de toegang tot ons natuurlijke eten willen blokkeren.

Geen luxe dus als we onze afgestompte kennis weer op peil gaan brengen. Weet wat je eet, in je eigen belang en in het belang van boeren, de natuur, het platteland en al die andere ondernemers die het wel goed met je menen.
Dat kan niet vroeg genoeg beginnen. Iets aanleren is immers een stuk makkelijker dan iets afleren. Voor al die ouders en leraren is er een overvloed aan inspirerende filmpjes, publicaties, interviews en lesmaterialen die essentieel zijn voor een gezonde wereld en een gezonder leven. En natuurlijk kun je ook vaak terecht bij een biologische boer of tuinder. Die doet graag zijn enthousiaste verhaal.

 

Afbeelding

Spreekbeurt of werkstuk

Heb je er wel eens over nagedacht dat alles wat je eet, van een plant of dier afkomstig is? Zelfs je hagelslag en mayonaise. Het komt allemaal uit landbouw, d.w.z. van een boerderij. Zonder boerderijen hadden we niks te eten, op misschien een everzwijn of wat bosfruit na.
De manier waarop we landbouw uitvoeren heeft grote invloed op de hele aarde en de dieren en planten die daarop leven. En op de kwaliteit en smaak van ons eten. De afgelopen 60 jaar is de landbouw heel industrie-achtig geworden, waardoor veel planten, bloemen en dieren dreigen te verdwijnen. Wij willen graag een andere aanpak die beter is voor de aarde, planten, dieren en mensen.

Spreekbeurt over bio
Iedere dag eten we vlees, groente, eieren en nog veel meer. Bijna al dit eten komt uiteindelijk van de boerderij. Maar hoe werken boeren en tuinders eigenlijk? Ze doen dat niet allemaal op dezelfde manier. In de afgelopen eeuw zijn er verschillende vormen van landbouw ontstaan. Vooral na de Tweede Wereldoorlog is er veel veranderd in de landbouw. Dat kwam onder andere door de hongersnood tijdens de oorlog. Zoiets vreselijks wilden de mensen nooit meer meemaken. Daarom bouwde men grote, gespecialiseerde boerenbedrijven. Mede door het gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen lukte het om steeds hogere opbrengsten te halen.

Opgejaagd

Het succes had echter een keerzijde. Doordat de hoge productie  centraal stond, werden milieu en dierenwelzijn uit het oog verloren. Bodem en dieren raakten letterlijk uitgeput door het opjagen van het groeiproces. Als reactie hierop ontstond de biologische landbouw. Dit is een milieu- en diervriendelijke vorm van landbouw. De laatste jaren zijn er steeds meer boeren die overstappen naar deze duurzame manier van werken. Ook voor de boer geeft het meer voldoening.

Hoeveel biologische boeren zijn er? Er zijn ongeveer 1500 biologische boeren en tuinders in Nederland. Zowel mannen als vrouwen, en ook vaak echtparen.

Waar te koop?

Biologisch is in. Ook steeds meer winkels verkopen biologische producten. Je koopt biologisch in de supermarkt, de natuurvoedingswinkel, op de boerenmarkt, bij de boer, in het restaurant, enzovoort.

Apen eten liever onbespoten

Niet alleen topkoks, ook apen eten liever biologisch! De apen in de dierentuin van Copenhagen laten gangbaar geteelde bananen en fruit onaangeroerd in hun hok liggen als ze ook biologische krijgen. Dat ontdekte hun verzorger. De Deense dierentuin voert 10% biologische producten aan de dieren. 'De tapirs en de chimpansees hebben een voorkeur voor biologische bananen', aldus de dierentuineigenaar Niels Melchiorsen. 'Als we de chimpansees biologische en gangbare bananen geven, kiezen ze systematisch voor de biologische. Het andere verschil is dat ze gangbaar geteelde bananen eerst pellen. De biologische bananen eten ze met schil en al.'

Diervriendelijk

Behalve voor het milieu is er ook veel aandacht voor het welzijn van het vee. De dieren krijgen de ruimte. De opbrengsten in de biologische landbouw liggen gemiddeld 20 tot 30% lager dan in de zogenaamde 'gangbare landbouw'. In de winkel zijn biologische producten daarom meestal duurder dan andere producten. Soms zijn biologische producten twee keer zo duur, maar het prijsverschil kan ook klein zijn. Het is (nog) niet wetenschappelijk bewezen dat biologische producten gezonder zijn. Toch kiezen veel consumenten deze producten omdat ze liever voedingsmiddelen kiezen die zonder chemische bestrijdingsmiddelen geteeld zijn. Wat er niet op gespoten wordt, kan er ook niet in zitten, redeneren ze.

Europees bio-keurmerk en Demeter Biologische producten kan je herkennen aan het Europese bio-keurmerk dat je tegen komt op verpakte biologische producten. Dit plaatje garandeert dat er geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt zijn, en dat de dieren een goed leven hebben gehad.

[logo]

Biologisch-dynamische producten hebben naast het Europees Bio-keurmerk ook het Demeter-keurmerk. Met dit keurmerk is nog meer rekening gehouden met de natuur, het milieu en de dieren. Dit ziet er zo uit:

[logo]


Wist je dat ...

er meer vogels op en rond biologische akkers wonen? Greg Jones, onderzoeker aan de Universiteit van Florida, ontdekte dat op biologische bedrijven meer vogels leven dan op gangbare bedrijven. Zowel het aantal als de diversiteit (het aantal soorten) is groter. Met name op biologische bedrijven waar zonnebloemen tussen het groentegewassen groeien, leven meer vogels. Ook ontdekte de onderzoeker dat de meeste vogelsoorten nuttig zijn tegen insecten. Jones: ‘Veel agrariërs houden niet van vogels op hun land omdat ze bang zijn dat ze schade aanrichten. In Florida leven meer dan 200 vogelsoorten op en rond landbouwgrond. Hiervan blijken maar 10 soorten schadelijk voor het gewas. De andere zijn allemaal insecteneters.’ Greg ontdekte dat vogels graag gebruik maken van zonnebloemen, die 70 cm of hoger zijn. Greg: ' De vogels vliegen vanaf de bloem de akkers in om insecten te zoeken. Bij slecht weer schuilen ze onder de bladeren. Ik heb zelfs vogelnesten in de zonnebloemen gezien.'

Beter voor de natuur

In de biologische landbouw worden geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest gebruikt. Biologische landbouw is dus beter voor het milieu en de natuur. Op de eerste plaats: omdat biologische boeren en tuinders geen vervuilende middelen in de lucht, bodem en water brengen. En omdat de biologische landbouw geen mestoverschot heeft (zie het hoofdstuk: natuurlijke kringloop.) Op de tweede plaats: omdat er voor de biologische landbouw geen vervuilende fabrieken nodig zijn om kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen te maken.

Schoon drinkwater

Natuurbeschermingsorganisaties, zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, zijn blij dat het aantal biologische bedrijven in Nederland groeit. In de biologische landbouw krijgen wilde planten en diersoorten meer kans. Ook drinkwaterbedrijven zien graag meer biologische landbouw. Een medewerker van de VEWIN (Vereniging van Waterwinbedrijven Nederland) legt uit: 'Gebruik van te veel mest en bestrijdingsmiddelen vervuilt het grond- en oppervlaktewater. Drinkwaterbedrijven moeten hier drinkwater van maken. Hoe vuiler het grond- en oppervlaktewater is, hoe meer ze het moeten schoonmaken. Daardoor wordt het drinkwater weer duurder. En dat is niet nodig als er veel biologische bedrijven zijn, want die gebruiken geen bestrijdingsmiddelen en minder mest.'

Geen gentech

In de biologische landbouw is genetische manipulatie niet toegestaan. Wat is genetische manipulatie? Ieder mens, dier, plant of bacterie bestaat uit cellen met daarin genen. Op die genen liggen onze erfelijke eigenschappen. Wetenschappers hebben ontdekt hoe je erfelijke eigenschappen van de ene mens, plant, dier of bacterie in een andere kunt overplaatsen. Dat kan handig zijn. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld, hebben biotechnologen de genen van een maïssoort zo veranderd dat de plant uit zichzelf een bestrijdingsmiddel kan maken tegen insecten.

Toch maken veel consumenten zich zorgen. Kunnen deze nieuwe planten uit het laboratorium het natuurlijke systeem in de war brengen? Wat is het effect op onze gezondheid? Komen die nieuwe eigenschappen ook bij wilde planten terecht? In de biologische landbouw werkt men zo natuurlijk mogelijk. Daarom is genetische manipulatie verboden. Geen risico's met de natuur en met voedsel.

Natuur bij de boer

Natuur en biologische landbouw passen erg goed bij elkaar. Natuur is niet alleen leuk en mooi, voor de biologische boer of tuinder is natuur ook zeer nuttig. Wist u dat koolmezen rupsen eten en dat lieveheersbeestjes bladluizen op het menu hebben staan? De boeren creëren met houtwallen, bloemenstroken, nestkastjes of paddenpoelen een leefomgeving voor de natuurlijke vijanden. Vogels, nuttige insecten en kleine dieren kunnen dan de schadelijke insecten onder de duim houden. Agrarisch natuurbeheer levert gelijktijdig een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling en bescherming van de inheemse flora en fauna.

De natuur komt vanzelf

Omdat er op een biologisch bedrijf geen bestrijdingsmiddelen en kunstmest gebruikt worden, ontstaat er vanzelf al veel natuur op en rond biologische bedrijven. Biologisch fruitteeltbedrijf 't Gelders Eiland bijvoorbeeld krijgt regelmatig bezoek van herten, die in de boomgaard komen grazen. En op de weilanden van melkveebedrijf De Hemelrijksche Hoeve in Biezenmortel komt elke avond een das zijn maaltijd bij elkaar sprokkelen. Naast de 'spontane' natuur treffen boeren en tuinders ook zelf extra maatregelen om wilde dieren en plantenactief uit te nodigen op hun land. Welke dieren en planten zijn nuttig en welke maatregelen treft de boer?

Kikkers en padden

Op veel biologische bedrijven heeft de boer in het weiland of langs de akker een kikkerpoel  gegraven. Hier vinden bijzondere planten, libellen en water diertjes een plekje om te leven. Bovendien eten de kikkers en padden insecten en slakken, waardoor insecten- en slakkenplagen voorkomen kunnen worden.

Wilde bloemen

Door de akkerranden te laten verschralen (geen mest toedienen), krijgen wilde bloemen weer een kans om hier te groeien. In de gangbare landbouw zijn door kunstmest en het lozen van overtollige mest de akkerbloemen (zoals korenbloemen) bijna allemaal verdwenen. Op de schone bodems van de biologische bedrijven vinden wilde bloemen weer een plekje. Bovendien komen op de bloemenranden nuttige insecten af die de schadelijke insecten opeten.

Vogels

Bijna alle biologische fruittelers hebben nestkastjes voor vogels hangen. Meestal één of twee valkenkasten of uilenkasten; omdat die muizen vangen. Daarnaast heeft een boomgaard vaak tientallen mezenkastjes. Mezen, en met name koolmezen, maken zich zeer nuttig door rupsen en insecten te eten.


Kleine roofdieren

De meeste biologische bedrijven hebben een bomenhaag rond de akkers en percelen aangeplant, een zogenaamde houtwal. Deze beschermd het land deels tegen wind, maar trekt ook heel veel leven aan, zoals insecten, vogels en kleine roofdieren zoals marters, wezels, en soms zelfs dassen. Al deze dieren helpen mee aan een natuurlijk evenwicht.

Lekker en gezond

Biologische producten zijn lekker en gezond. Op de eerste plaats is het gezonder omdat er geen chemische hulpstoffen inzitten. Daarbij blijkt dat biologische groenten en fruit vaak meer vitamines en mineralen bevatten. Gemiddeld zit er wel 27% meer vitamine C in biologische sinaasappels ten opzichte van gangbare sinaasappels. Dit komt omdat er geen kunstmest op het land is gebruikt en de gewassen in hun eigen tempo hebben kunnen groeien. Zou dit ook het geheim zijn van de volle smaak? Topkoks hebben vaak een goed ontwikkelde smaak. Zij kiezen voor biologische producten omdat ze beter smaken en minder waterig zijn. 

 

 

dit is de link naar de subpagina Dieren

Afbeelding Links

Lespakketten

Educatief materiaal

Bionext vindt educatie belangrijk. De afstand tussen voedselproductie en consument is te groot geworden. Educatie kan hier iets aan doen.

Voor basisscholen zijn er aantrekkelijke lespakketten; Kip & Koe, Smaaklessen. Voor biologische boeren zijn er kleurplaten en het BioBoerenBewijs.

Wakker Dier heeft voor docenten educatief materiaal beschikbaar over het thema dierenwelzijn: www.wakkerdier.nl/docent
Leerlingen vinden bij Wakker Dier materiaal voor een werkstuk of spreekbeurt.

Wil je werken in de biologische sector, kijk dan bij de vervolgopleidingen. [link naar pagina]

 

 

[Corien, voor hoofdstukken hieronder moeten onder Bio op Schhol nog even subpaginas gemaakt worden. Ik parkeer het maar even hier.]

Geschiedenis

Dynamisch
Biologische landbouw kun je onderverdelen in 'biologisch-dynamische landbouw' en 'ecologische landbouw'. De biologisch-dynamische landbouw is bijna honderd jaar oud. Hij is ontstaan in de tijd dat de eerste experimenten met kunstmest plaatsvonden. Volgens de Oostenrijkse denker Rudolf Steiner ontwikkelde de landbouw zich in de verkeerde richting. In 1924 hield hij een lezing, of eigenlijk was het een complete cursus, waarin hij vertelde hoe een gezonde landbouw eruit ziet. Niet uitbuiten van de natuur maar samenwerken. De aarde en zelfs de kosmos is één geheel waarin alle onderdelen met elkaar verbonden zijn. Bodem, lucht, water, dieren, mensen en zelfs planeten, sterren, zon en maan oefenen krachten op elkaar uit.
Wanneer de mens in de landbouw rekening houdt met deze krachten, kan hij de vruchtbaarheid van de aarde en de vitaliteit van gewassen vergroten. Over de hele wereld gingen boeren volgens deze methode werken. In 1926 startte de eerste Nederlandse biologisch-dynamische boerderij: boerderij Loverendale in Zeeland.

Ecologisch
De ecologische landbouw is pas later ontstaan. In de jaren zestig werden steeds meer mensen bezorgd over de schadelijke gevolgen van het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. 'Het moet anders', zeiden ze tegen elkaar. Daarom startten ze zelf boerderijen waar ze gewassen verbouwden zonder die chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken. Het verschil met de biologisch-dynamische landbouw is dat ze geen rekening houden met 'kosmische krachten'. Inmiddels zijn er over de hele wereld ook ecologische boerderijen.

Biologisch
Omdat ecologische en biologisch-dynamische landbouw in de praktijk veel op elkaar lijken, heten ze nu samen de biologische landbouw. In beide vormen van biologische landbouw staat de natuurlijke kringloop centraal. Er wordt geen kunstmest gebruikt, maar dierlijke mest of compost. Door zo slim mogelijk samen te werken met de natuur, kan de boer ervoor zorgen dat de planten niet ziek worden. Onkruiden kan hij wegschoffelen met de hand of met een apparaat achter de tractor. Op deze manier is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen niet nodig. Op de lange termijn zorgt de biologische landbouw ervoor dat de bodem niet uitgeput raakt en het milieu niet wordt vervuild. En wat ook fijn is: biologische producten hebben van nature meer smaak.

De kringloop

Natuurlijke kringloop
In de landbouw zien we een natuurlijke kringloop van voedingsstoffen. Die kringloop ziet er als volgt uit. Het vee produceert mest. De mest wordt verspreid over het land en zorgt voor voldoende voedingsstoffen voor de gewassen. Zo kan er op het land voedsel voor de mensen groeien en voer voor het vee. Het vee produceert dan weer mest, enzovoort. Deze kringloop zien we heel duidelijk op een gemengd bedrijf, dus een bedrijf met akkerbouw en veehouderij. Maar hoe werkt het op akkerbedrijven of varkenshouderijen? Die bedrijven moeten samenwerken en samen een kringloop vormen. De mest van het veebedrijf gaat naar het akkerbouwbedrijf en het akkerbouwbedrijf levert weer stro en voer aan het veebedrijf.

Verstoring van de kringloop
De uitvinding van de kunstmest heeft voor grote veranderingen gezorgd in de landbouw. De kunstmestfabriek maakt korrels waarin voedingsstoffen voor planten zitten. Deze korrels zijn heel makkelijk in gebruik en leveren bovendien hogere opbrengsten op. De akkerbouwers hebben de dierlijke mest eigenlijk niet meer zo nodig. Daardoor ontstaat een overschot aan mest en die mest moet ergens naartoe. Op sommige akkers wordt daarom te veel mest uitgereden en dat zorgt voor vervuiling van grondwater en sloten. Door het gebruik van de kunstmest wordt de natuurlijke kringloop dus verstoord. De grondstoffen voor kunstmest worden vanuit de hele wereld per schip aangevoerd naar de fabriek. Deze grondstoffen zijn voor een deel schaars. Deskundigen denken dat de vraag naar fosfaat in 2035 groter is dan het aanbod. Kunstmest, en dus ook ons eten, zal dan erg duur worden.

Veevoer uit buitenland
Niet alleen de kunstmest verstoort de kringloop, maar ook het gebruik van veevoer uit het buitenland. Dat is namelijk veel goedkoper dan veevoer uit Nederland. De Nederlandse varkens krijgen daarom voer uit verre landen, zoals tapioca uit Thailand en sojapulp uit Brazilië. Om de kringloop rond te krijgen zou de varkensmest eigenlijk over de akkers ver weg in Thailand en Brazilië verspreid moeten worden. Maar dat gebeurt natuurlijk niet. Die mest blijft in Nederland.

Spuiten tegen onkruid
Gelijk met de opkomst van de kunstmest kwamen er chemische bestrijdingsmiddelen. Het bestrijden van onkruid en van ziekten en plagen in de gewassen werd hierdoor makkelijker. Een groot voordeel. De nadelen kwamen pas later in beeld. Kunstmest en bestrijdingsmiddelen zijn niet goed voor natuur en milieu. En steeds meer mensen vragen zich af of die middelen ook schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. In de biologische landbouw wordt geen gebruik gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen. Lees verder bij 'geschiedenis'.

Géén mestoverschot
Op de televisie en in de krant spreken ze vaak over het mestprobleem. Hiermee wordt een overschot aan dierlijke mest bedoeld.
De biologische landbouw kent geen mestoverschot omdat ze geen kunstmest gebruiken. De boeren hebben de dierlijke mest juist hard nodig om de grond vruchtbaar te houden. Mest hoort thuis in de natuurlijke kringloop. Bovendien is het aantal dieren dat een biologische boer mag hebben, gekoppeld aan de hoeveelheid grond. Dus niet meer dan twee koeien op één hectare. Zo kan er nooit een overschot aan mest ontstaan. Om de natuurlijke kringloop zo goed mogelijk te sluiten, telen de biologische veehouders een gedeelte van hun veevoer zelf. Soms werken ze samen met akkerbouwers in de regio: de akkerbouwer teelt het veevoer, en de veehouder levert de mest voor de akkers waarop het veevoer geteeld wordt.

 

De route van boer tot bord

Hoe komen de producten die de boeren en tuinders maken, bij jullie in de keuken terecht? Dat kan op vele manieren, soms via een korte weg en dan weer via een langere weg.

De korte weg
In de biologische landbouw zien we veel afzet direct van boer naar consument, veel meer dan in de gewone landbouw. Zo hebben veel biologische boeren en tuinders een winkeltje aan huis waar ze hun producten vers van het land verkopen. Een aantal bedrijven heeft zelfs een webwinkel. Je kunt dan achter je computer via internet de producten uitkiezen, en de boer of tuinder bezorgt de producten bij je thuis. Voor de klanten is het leuk om precies te weten waar hun eten vandaan komt.

Abonnement op groente en fruit
Ook werken ruim 100 biologische tuinbouwbedrijven met het groente-abonnementensysteem. Dit werkt als volgt: de klant betaalt iedere week een vast bedrag en krijgt daarvoor een tas groente, die door de tuinder is samengesteld. Iedere week een verrassing dus. Het systeem van groente-abonnementen bestaat ook in het groot. De groothandel haalt groente en fruit op bij de telers en stelt wekelijks groente- en fruittasjes voor de abonnees. Deze bedrijven leveren de tassen af bij natuurvoedingswinkels en groentespeciaalzaken, waar de klant ze komt afhalen. Vaak zitten er ook passende recepten bij.

Boerenmarkt
In 20 plaatsen in Nederland zijn er biologische boerenmarkten. Eens per week verkopen boeren, bakkers en kaasmakers zelf hun producten op de markt.

De langere weg
Veel producten worden eerst verwerkt, voordat ze naar de winkel gaan. Van aardbeien wordt jam gemaakt. Van melk wordt ijs gemaakt. Doperwten en worteltjes komen samen in één potje terecht. Van aardappels wordt chips gemaakt. En om een diepvriespizza te kunnen maken heb je een heleboel ingrediënten nodig. Producten komen dan met allerlei tussenstappen bij de consument terecht. Een verwerkingsbedrijf koopt rechtstreeks of via de groothandel de benodigde producten van de boerderij. Soms gaan ze dan nog van het ene verwerkende bedrijf naar het andere. De pizzafabriek koopt kaas van de melkfabriek. Soms zit er zelfs nog een ander bedrijf tussen om die kaas te raspen. Uiteindelijk komt het product via de supermarkt, een natuurvoedingswinkel of via een restaurant bij de consument terecht.

Controle en regels

Gegarandeerd biologisch

Biologische producten zijn herkenbaar aan het Europees Biologisch keurmerk. En als ze ook aan de eisen voldoen van de biologisch-dynamische landbouw krijgen ze daarnaast het Demeter-keurmerk. Maar hoe komt dat keurmerk op een product terecht? Er is namelijk een Europese wet, waarin precies staat waaraan de bedrijven zich moeten houden bij de productie van biologische voeding. Hoe weet je zeker dat een product echt biologisch is als het Europees Bio-keurmerk erop staat? De controle daarop wordt in Nederland uitgevoerd door Skal Biocontrole. Dit is een onafhankelijke organisatie, die namens de overheid toezicht houdt op de hele Nederlandse biologische sector. De controleurs onderzoeken of de boeren en de verwerkende bedrijven zich aan de wet houden. Ook kijken ze naar de transacties tussen bedrijven: de boekhoudingen van beide bedrijven moeten op elkaar aansluiten. Er kan niet meer vlees in de winkels liggen dan er dieren geslacht worden. Dat in Nederland alles in één hand is, is een groot voordeel. Hierdoor is het namelijk heel moeilijk om fraude te plegen bij de inkoop van producten of ingrediënten. 

Regels

Je kunt niet zomaar biologische boer worden. Je moet je eerst aanmelden voor je kunt overstappen. De basisregels zijn: géén kunstmest, géén chemische bestrijdingsmiddelen, gentechvrij, en respect voor de dieren. Dit klinkt eenvoudig maar er komt heel wat vakmanschap bij kijken om een goede biologische tuinder of boer te worden. En vaak ook geld voor een nieuwe stal of andere machines. Vanaf dat moment duurt het nog twee jaar voordat de producten echt biologisch zijn. Want de grond is niet van de ene op de andere dag schoon. En de groente, de melk en het vlees ook niet. Daarom is er een omschakelingsperiode van twee jaar ingesteld.

Controle bij de boer

Vanaf het begin komen de controleurs van Skal minimaal twee keer per jaar langs. Eén keer maken ze een afspraak met de boer. Dan bekijken ze de administratie. Er mogen natuurlijk geen rekeningen van kunstmest tussen zitten! En als een bedrijf veertig koeien heeft, moet de hoeveelheid verkochte melk ook passen bij wat die veertig koeien produceren. De controleur komt ook een keer langs zonder afspraak te maken. Hij of zij loopt dan gewoon de boerderij op om te zoeken naar dingen die niet mogen. Liggen er doodgespoten onkruidplantjes? Hebben de varkens genoeg ruimte en ligt er voldoende schoon stro in de stal? De controleurs lopen zo het bedrijf na om te kijken of alles wel klopt met de regels.

Controle in de fabriek

Niet alleen de landbouwbedrijven worden gecontroleerd. Er zijn ook controleurs voor de verwerkende bedrijven, zoals de melkfabriek, de bakkerij of de slachterij. Skal checkt dan of de fabriek met gecertificeerde biologische producten werkt, en dat ze geen onnatuurlijke geur-, kleur- en smaakstoffen en conserveringsmiddelen toevoegen. Op deze manier zorgt Skal ervoor, dat de consument een goede garantie heeft dat producten met het Europees Bio-keurmerk ook echt biologisch zijn.

Wilde dieren
Wilde zoogdieren en vissen zijn nooit biologisch. Zolang niet gecontroleerd kan worden wat de dieren gegeten hebben, is het namelijk niet zeker dat het allemaal van biologische kwaliteit is. En alleen als dat zeker is, mag het logo erop geplaatst worden. Een wilde gans bijvoorbeeld eet ook gras op akkers waar wel kunstmest gestrooid is. Of bijvoorbeeld een bij: die vliegt van bloem naar bloem. Alleen als in een straal van 3 kilometer rondom de bijenkast er biologisch gewerkt wordt of niet gespoten wordt (bijvoorbeeld in een erkend natuurgebied), dan mag de daar gewonnen honing biologisch genoemd worden.

 

Afbeelding rechts

Doorleren over bio

De biologische sector is een prettige werkomgeving, want veel mensen in deze sector werken vanuit een enorme passie. Denk je erover om te gaan werken in de biologische landbouw, groothandel of detailhandel, kijk dan eens bij de volgende opleidingscentra:

Afbeelding Links

Ontwikkeling bio-educatie

MIRIAM